WORMLAB
Mestonderzoek paarden




Welkom op mijn pagina over mestonderzoek
Sinds 2014 voer ik mestonderzoek van paarden uit, wat van cruciaal belang is voor de gezondheid van en het voorkomen van resistentie tegen ontwormingsmiddelen.
Ik heb ervaring met probleempaarden en werk samen met verschillende dierenartspraktijken.
Achtergrond mestonderzoek
Uit onderzoek is gebleken dat 74 procent van de paarden onnodig wordt ontwormd. Onnodig een wormenspuit geven is slecht voor de gezondheid van uw paard en zorgt voor een snellere ontwikkeling van wormresistentie. Om resistentie tegen te gaan is het belangrijk om eerst mestonderzoek te laten doen voordat u ontwormt. Het kan namelijk zijn dat er geen eitjes in de mest aanwezig zijn en dan hoeft er niet ontwormd te worden!
Mestonderzoek is een momentopname, meerdere testen per jaar geeft een goed beeld van de wormgevoeligheid van uw paard.
Een paard kan een wormbesmetting hebben terwijl het mestonderzoek aangeeft dat er geen wormeitjes aanwezig zijn! Redenen hiervoor zijn: geen eileggende wormen aanwezig, ingekapselde larven leggen geen eitjes, alleen mannelijke wormen aanwezig die geen eitjes leggen, wormen zijn in ruststand of onregelmatige uitscheiding van eitjes; bijvoorbeeld bij een lintworm.
Het is belangrijk om frequent mestonderzoek uit te laten voeren (4 keer per jaar). Zo bouwt u een duidelijk dossier op en krijgt u inzicht in de wormgevoeligheid van uw paard. Daarnaast houdt u hiermee de controle over uw wormmanagement.
Bij een ziek paard altijd de dierenarts inschakelen!
Mestonderzoek bij paarden is dan ook een essentieel onderdeel van het gehele wormmanagement. Daarnaast levert mestonderzoek een belangrijke bijdrage als het gaat om:
-
Bestrijden van wormresistentie
-
Inzicht in mogelijke wormbesmettingen op dat moment bij je paard
-
Tijdig inzicht in de groei van een bestaande besmetting en eventuele herbesmetting
-
Grip op het wormmanagement van het paard
-
Inzicht in de gevoeligheid voor wormbesmettingen van je paard
-
Inzicht in de besmettingsdruk van de leefomgeving van je paard
-
Gericht ontwormen, juiste middel tegen de juiste wormsoort
-
Inzicht in de natuurlijke weerstand van je paard
-
Voorkomen van schijnveiligheid door “blind ontwormen”
-
Inzicht in de effectiviteit van een gegeven ontwormingskuur
-
Inzicht in de effectiviteit van preventieve maatregelen
In de strijd tegen wormen en wormresistentie is mestonderzoek belangrijk. Op basis van mestonderzoek kan (in samenwerking met de dierenarts) afgestemd worden hoe het beste omgegaan kan worden met het ontwormen.
Hieronder de meest voorkomende wormeitjes gevonden in een mestonderzoek met behulp van de Mc-Mastermethode:
-
bloedworm
-
spoelworm
-
veulenworm
-
aarsmade
-
lintworm
Met behulp van de Baermann-methode kunnen eventueel aanwezige longwormeitjes gevonden worden.
Met behulp van de Dorsmanmethode kunnen eventueel aanwezige
leverboteitjes gevonden worden.
Beide testen kunnen aanvullend getest worden.
Gevolgen wormbesmetting
Wormen; ze worden door veel mensen onderschat, maar deze parasieten kunnen bij paarden enorme schade aanrichten. Wormen leven vaak in het maag darmstelsel van het paard. Wormen leven ten koste van je paard.
Koliek, diarree, bloedarmoede, vermagering, groeiachterstand en zelfs de dood kunnen gevolgen zijn van een wormbesmetting. Op basis van de uitkomsten van een mestonderzoek kunnen wormen gericht bestreden worden.
Gelukkig kunnen wormen erg goed bestreden worden.
Voorkomen besmetting wormeitjes
-
2 x per week mest uit wei verwijderen
-
3 a 4 x per jaar mestonderzoek. Mestonderzoek is een momentopname, meerdere testen per jaar geeft een goed beeld van de wormgevoeligheid van uw paard
-
paarden tegelijkertijd onderzoeken en ontwormen alleen indien nodig
-
nieuw paard in de wei: eerst mestonderzoek uitvoeren
Extra info
Resistentie ontwormingsmiddelen.
Wormen worden resistent voor de ontwormingsmiddelen.
Dit betekent dat het ontwormingsmiddel de wormen niet meer doodt.
ps 1 Een ontwormingsspuit is slecht voor milieu, de mest na ontwormen 2 dagen niet op mesthoop gooien maar bij het restafval.
ps 2 Mestkevers leven van mest dus pas na 2 dagen mest verwijderen uit de wei.
Zand
Zand in de darmen kan grote problemen geven bij paarden. Kort gras of zand eten in de wei of in de paddock kan teveel zand in de darmen van een paard opleveren.
Een beetje zand wordt met de mest mee afgevoerd maar teveel zand blijft in de darmen en/of maag liggen en kan flinke problemen geven zoals koliek.
Een zandtest levert veel info op maar het komt soms voor dat zand niet zichtbaar is in het zandonderzoek maar dat er toch zand aanwezig is in de darmen of maag van het paard.
Ook zandonderzoek is een momentopname dus advies om dit tevens laten testen bij het 3 a 4 jaarlijkse mestonderzoek.
Het is mogelijk dat er wel zand aanwezig is maar dat het niet wordt teruggevonden in de mest. Je kent je eigen paard zelf het beste dus bij twijfel over de gezondheid altijd een dierenarts raadplegen!
Bij twijfel of zand het toch het mogelijke probleem is, kan een dierenarts met behulp van een röntgenfoto zien of er zand aanwezig is in de darmen of maag. Vaak kan dit op locatie (kosten ongeveer 80 euro).
Onderzoek zand
De aanwezige hoeveelheid zand in de mest kun je gemakkelijk zelf testen. Als je dit bv 1 x per maand doet kun je je eigen paard zelf goed in de gaten houden.
Methode: 5 mestballen oplossen in ruime hoeveelheid water. Ophangen in doorzichtige plastic zak in een punt. Na 10 minuten mag er niet meer dan 1 theelepeltje zand onderin de punt zitten.
Is er teveel zand in de mest aanwezig dan is een goede psylliumkuur (info beschikbaar) nodig. Psyllium trekt het zand uit de darmen.
Hoeveelheid te geven psyllium en duur van de kuur wordt in overleg met de dierenarts afgesproken.
Er kan ook preventief maandelijks een psylliumkuur gegeven worden gedurende een week.